Home » Schilderkunst / Expressionisme

EXPRESSIONISME

Kunstbeweging

Het expressionisme (van Latijn: expressio, het uitdrukken) is een stroming in de Europese kunst en de literatuur van de 20e eeuw, die zich vooral manifesteerde in de jaren 1905 tot 1940. In het expressionisme tracht de kunstenaar zijn gevoelens, zijn ervaringen, voor de waarnemer uit te drukken door een zekere vervorming van de werkelijkheid.

Belangrijk is daarbij vooral dat de gevoelswaarde, het onderbewuste, dat de kunstenaar ervaart naar aanleiding van het onderwerp, de boventoon voert. Dit in tegenstelling tot het impressionisme waarbij vooral het uiten van de passieve werkelijkheid, zoals men die ervaart, vooropstaat. Zo vervaagt in het expressionisme de band met de werkelijkheid vaak, soms valt die zelfs helemaal weg. Hierdoor krijgen onvoorstelbaar nieuwe vormen hun kans. Het expressionisme kent maar één wet: dat er geen wetten zijn, en dat die dan ook niet mogen worden opgelegd. De subjectieve beleving staat voor alles centraal.

In latere tijden is het een verzamelnaam voor schilderijen die aan die criteria voldoen, onafhankelijk van de stroming.

Expressionisme als stijl is vooral bekend in de schilderkunst, maar komt ook in de muziek, literatuur, architectuur, toneel en in de film als stijl voor.

 

  ABSTRACT EXPRESSIONISME 

Het abstract expressionisme was een Amerikaansemoderne schilderstroming binnen de abstracte kunst van de 20e eeuw. De stroming domineerde de kunstwereld in de jaren 1946 tot 1960. Het was de eerste grote kunststroming na de Tweede Wereldoorlog en de eerste die de Verenigde Staten, en dan specifiek New York, als bakermat had.

De CoBrA-kunst en de Informele schilderkunst zijn verwant aan het abstract expressionisme.

 

De New York School

De term 'New York School' (ook: First Generation American painting) is een synoniem van 'abstract expressionisme', maar refereert specifieker aan de schilders, onder wie Jackson Pollock en Willem de Kooning, in New York in de jaren 1940, die het abstract expressionisme hebben 'uitgevonden'. Er was geen sprake van een groep met een gemeenschappelijke visie op schilderkunst. Zo vallen een expressionist als De Kooning en een volledig abstract werkende kunstenaar als Mark Rothko onder deze zelfde noemer.

Voor de Tweede Wereldoorlog had Amerikaanse kunst een provinciaal karakter gekregen, onder meer door de focus die het Federal Art Project, het werkgelegenheidsproject van de Amerikaanse overheid voor kunstenaars tijdens de Grote Depressie, had gericht op het eigen land en de eigen geschiedenis. De kunstcriticus Barbara Rose merkte wel op, dat het Project geen onderscheid maakte tussen abstracte en figuratieve kunst, en daardoor bij heeft gedragen aan het acceptabel maken van abstracte kunst.[1]Daarnaast leerden diverse latere kunstenaars van de New York School elkaar hier kennen. Ook stimuleerde het Project, door het verschaffen van betaald werk, dat parttime-schilders zoals Willem de Kooning zich gingen zien als professionals,[2] en verstevigde het de invloed van het muralisme op de betrokken kunstenaars.

Ook de Art Students League of New York en de opening in 1942 van de Art of This Century Gallery in New York, waardoor de nog onbekende kunstenaars een plek kregen om te exposeren, hebben bijgedragen in de ontwikkeling van het abstract expressionisme.

De invasie van surrealisten in New York, uitgeweken voor de oorlog (onder anderen André Breton, Max Ernst, André Masson en Roberto Matta) zorgde voor een vitalisering van de New Yorkse avant-garde.

Het abstract expressionisme ontstond in de receptie door een aantal Amerikaanse kunstenaars van Europese kunstenaars en kunststromingen. De belangrijkste waren het expressionisme en het surrealisme zoals omschreven door André Breton, en de abstractie van bijvoorbeeld de Stijl en Wassily Kandinsky. De grote verschillen tussen Europese en Amerikaanse kunst werden duidelijk in een aantal kenmerken, met name het formaat en de compositie. De Amerikanen verwierpen de Europese landschappelijke wijze van compositie, en benaderden het doek bijvoorbeeld (gechargeerd gesteld) als een uithangbord waarop centraal een groot embleem geplaatst kon worden[3](Rothko), of als een "arena in which to act".[4] Abstract expressionistische kunst nodigt de kunstenaar en de kijker uit tot ontmoeting en maakt hem/haar een deel van de kunst. Jackson Pollock zei in dit verband in 1950: Abstract painting confronts you.

In het abstract expressionisme speelden het kubisme en het surrealisme, twee ogenschijnlijk onverenigbare stromingen, de belangrijkste rol als Europese invloed, zoals de kubistische ideeën over ruimte. De surrealistische ideeën over ongeleid handelen en procesmatig boven eindresultaat-gericht werken werden in Amerika door het abstract expressionisme met nieuwe ogen bekeken en uitgewerkt.

De buitenzijde van de Rothko-chapel in Houston, Texas

Naast deze beïnvloeding, heerste er in Amerika ook aversie tegen de Europese vooroorlogse avantgardistische stromingen. Clyfford Still sprak over de "steriele conclusies van Europese decadentie",[5] waarvan hij zich moest bevrijden.

Action & Colorfield Paint

Het abstract expressionisme valt grofweg in twee hoofdrichtingen te verdelen. Door een aantal kunstenaars werd gestreefd naar een directe, soms rauwe expressie door het zich richten op de handeling van het schilderen zelf. Deze schilderwijze kan berusten op surrealistische principes. Jackson Pollock en Willem de Kooning zijn, beiden op hun eigen wijze, exponenten van deze meer lineaire variant.

Zie Action Painting voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De tweede stijl is zuiver abstract, en sterk gericht op de werking van kleur. Mark Rothko en Barnett Newman zijn kunstenaars die tot deze richting worden gerekend.

FAUVISME

Fauvisme is een uit Frankrijk afkomstige expressionistische stroming in de schilderkunst die begin 20e eeuw ontstond.

Het fauvisme kenmerkt zich door het gebruik van felle, nauwelijks gemengde kleuren. De stroming staat aan het begin van de moderne kunst en vond haar voortzetting in de schilderkunst van de 20e eeuw. Het hoogtepunt bereikte de stroming tussen 1898 en 1908.

 

Geschiedenis

Een van de voorlopers van het fauvisme was Paul Gauguin. Net zoals het impressionisme in 1874, dankt het fauvisme (fauve betekent 'wilden', wilde dieren) zijn naam aan het toeval. Het was de Franse journalist-criticus Louis Vauxcelles die de naam gaf aan deze schilderstijl. Op de Salon d'Automne van 1905 exposeerde een zekere beeldhouwer Marqué een Italianiserende Florentijnse torso, te midden van de brutaal opvallende werken van de vrienden van Henri Matisse. Verontwaardigd schreef de criticus: "La candeur de ce buste surprend au milieu de l'orgie des tons purs: Donatello parmi les fauves". De expositiezaal werd zelfs als de "Cage aux fauves" (kooi met wilde dieren) omschreven. Zo werd de beweging voortaan "fauvisme" genoemd en waren de adepten ervan "fauvisten".

Op de Salon van 1906 schreef dezelfde Vauxcelles nog over "een werkelijk vuurwerk", maar tijdens de Salon van 1907, waarop Paul Cézanne een retrospectief overzicht kreeg, ging de meeste belangstelling uit naar de gedempte blauwen en grijzen in de geometrisch kubistische werken van de nieuwere kunstuiting, het kubisme.

In 1906 sloten zich ook Georges Braque, André Derain en Kees van Dongen bij de fauvistische beweging aan. Het fauvisme was maar een kort leven beschoren. Henri Matisse en Raoul Dufy bleven de beweging het langst trouw. Het fauvisme was samen met een groot aantal andere stromingen een positiebepaling ten opzichte van het fototoestel. Schilders moesten concurreren met de fotografie, waardoor ze in de kleur een manier zochten om de waarde van het schilderij te bepalen.

De Franse fauvisten gingen bij het gebruiken van hun onvermengde directe kleuren tot het uiterste. Zoals alle vernieuwers wilden ze hiermee hun vrijheid manifesteren. Het is duidelijk dat ze waren beïnvloed door de felle kleuren van Vincent van Gogh. In 1901 had er een Van Gogh-retrospectieve tentoonstelling plaatsgevonden in de Galerie Bernheim-Jeune, die een sterke invloed zou uitoefenen op de latere fauvisten. Bij fauvisme ging het niet om een coherente groep schilders; wat hen tijdelijk samenbond was een gemeenschappelijke interesse in het schilderen van vlakke patronen en 'wilde' kleuren. Matisse was de centrale figuur van de groep.

Marquet en Matisse schilderden al op deze manier in 1898, in de Académie Carrière, maar pas op de Salon d'Automne 1905, te Parijs, toonden een aantal geestverwanten gelijkaardig werk, zoals Maurice de Vlaminck, André Derain, Pierre Laprade, Raoul Dufy, Othon Friesz en Georges Rouault.

De belangrijkste groepen die deel uitmaakten van deze beweging waren: Atelier Gustave Moreau, Académie Carrière (Marquet, Camoin, Manguin, Puy), de Châtou-groep (met Derain en De Vlaminck), en de Le Havre-groep (Braque, Dufy, Friesz).

In 1948 verenigden een aantal jonge expressionisten met gelijkgerichte ideeën zich in de Cobra groep. Deze op het expressionisme en het fauvisme voortbordurende stroming veroorzaakte een opleving van de moderne kunst in Nederland, België en Denemarken.

 

Kenmerken

Tegenwoordig wordt de term "fauvisme" ook gebruikt om een bepaalde manier van schilderen aan te duiden. Kenmerken van deze schilderwijze zijn:

  • het gaat vooral om kleur en vorm
  • dikwijls is sprake van applicatie van ongemengde pigmenten
  • kleurpatronen, versimpelen, vlakheid, intens en niet-natuurgetrouw

Futurisme

 
 
Het futurisme (1909-1916) ontstond in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog in Italië. Het was een stroming waarin dichters en schrijvers een grote rol speelden, maar kreeg vooral vorm in de beeldende kunst en de muziek. Het futurisme was op de toekomst gericht, en gekant tegen de tradities van de 19e eeuw. Het verheerlijkte lawaai, beweging, snelheid, techniek, oorlog en dynamiek. Het idealiseerde alles wat modern, nieuw en snel was. Men bewonderde de schoonheid van het machinetijdperk. De uitvinding van elektriciteit (straatverlichting), stoommachines, auto's, treinen, trams, de eerste vliegtuigen, radio en telegrafie, kunststoffen, fotografie en de film veranderen de wereld in hoog tempo. De kracht en energie van een geïndustrialiseerde samenleving vormden de inspiratiebron voor kunstenaars.

Het futurisme kwam in opstand tegen gevestigde normen en waarden, riep op tot de vernietiging van alles wat traditie was. Oude waarden en normen moesten de prullenbak in. Zij wilden zich alleen nog maar met de toekomst bezighouden (het Italiaanse futura = toekomst).

Geïnspireerd door de diichter Marinetti, hadden de futuristen een optimistisch geloof in de vooruitgang. Zij verheerlijkten de verworvenheden van het 20e eeuwse industriële technologische tijdperk, het leven in de moderne stad. Het was de taak van kunstenaars om aan vernieuwing bij te dragen. Kunst moest de energie van het moderne leven uitdrukken en de dynamiek van de nieuwe tijd in al zijn activiteit tot uitdrukking brengen. In de ogen van de futurist komt alles voort uit actie, de wereld is voortdurend in beweging, alles is aan voortdurende verandering onderhevig.
De Italiaanse componist Russolo, de schrijver Marinetti en de schilders Carra, Boccioni en Severini waren in 1912 in Parijs om hun manifest te publiceren en hun revolutionaire ideeën te propageren.
vivere pericolosamente

Tomeloze energie, moed, durf, rebellie en zelfs het opzoeken van gevaar werden bezongen als ware deugden.  Het futurisme richtte zich als een maatschappelijke en culturele beweging op een glorierijke toekomst voor Italië op economisch, politiek en cultureel gebied. Dit sprak veel Italianen aan, het riep ook nationalistische gevoelens op. Arbeiders die zich bij de futuristische beweging aansloten, voelden zich deel van een beweging die de wereld zou vernieuwen met poëtische energie. De oorlog werd verheerlijkt als middel om een nieuwe samenleving tot stand te brengen. De futuristen schudden de wereld wakker met hun revolutionaire ideeën.

Deze ideeën, samengevat als 'vivere pericolosamente' (een vertaling van Nietzsche's 'gefährliches leben'), spraken ook Mussolini aan. In feite was het Futurisme vooral een ideologie  (waar de filosoof Nietzsche zelf overigens niets mee te maken zou willen hebben gehad). Zoals de meeste futuristen zich ook niet konden vinden in de weg die het latere fascistische totalitaire regime van Mussolini koos. Maar in deze tijd kregen nationaal-socialistische en -later- fascistische ideeën steeds meer voet aan de grond.

manifesten

 
Carlo Carrà -portret van de schrijver MarinettiHoewel het futurisme aanvankelijk een literaire beweging was, kreeg het snel aanhangers uit alle artistieke disciplines. Kunstenaars publiceerden tientallen manifesten op het gebied van beeldende kunst, poëzie, theater, architectuur, muziek en film. Architecten dachten na over ontwerpen voor de ideale stad van de toekomst.
De stijl werd ook al snel buiten Italië populair. En niet alleen in de beeldende kunst, maar ook in het theater, de muziek en zelfs in de politiek.

De kunstzinnige vernieuwing die het futurisme bracht, begon met de dichter en toneelschrijver Fillippo Tomasso Marinetti, die in 1909 een eerste futuristisch manifest publiceerde. Marinetti was een performancekunstenaar die het publiek shockeerde. In de ban van het lawaai, de snelheid en de mechanische energie van de moderne stad wilde hij het verleden uitwissen en een einde maken aan de verering van de traditionele Italiaanse cultuur. 'Geen meesterwerk zonder agressief karakter!', stelde hij; 'musea zijn kerkhoven.. vernietig de traditie!' '... de wereld zich heeft verrijkt met een nieuwe schoonheid: de schoonheid van de snelheid. Een racewagen (…) is mooier dan de 'Nike van Samothrace'.

nieuwe media

In rechtstreekse confrontatie met het publiek introduceerde Marinetti de performance. Deze optredens werden 'serata futurista' genoemd (futuristische avonden), later overgenomen daar de dadaïsten.
In een 'totaalspektakel' werden diverse media met elkaar versmolten. Ook schilders gingen een rechtstreekse confrontatie aan met het publiek. Daarbij provoceerden zij het publiek, omdat men de toeschouwers wakker wilde schudden. De futuristen doorbraken daarmee de grenzen tussen de afzonderlijke kunsten.
Tijdens propagandistische theateravonden werden manifesten voorgelezen, gedichten voorgedragen, maar ook politieke agitatie bedreven. Hier ontstond het concept voor totaaltheater. In de futuristische declamatie werd de inhoud onderstreept door heftige zwaaiende armen en benen, harde geluiden, uitroepen en onomatopeeën. Het gaf aanleiding tot het ontstaan van klankpoëzie.
In verschillende Europese steden werden provocerende toespraken gehouden en conferenties georganiseerd, waarmee het futurisme zijn internationale invloed vergrootte. Manifesten met opruiende teksten riepen heftige discussies op en brachten het futurisme in het centrum van de belangstelling. Door publicatie van tijdschriften en pamfletten onderhielden de Italianen contact met internationale avant-garde groepen. Hierbij kreeg ook de vrije typografie een nieuwe impuls.
 
schilderkunst

Het futurisme kreeg in de schilderkunst vorm door het werk van Umberto Boccioni, Giacomo Balla, Carlo Carrà en Gino Severini. In hun kunstwerken wilden ze de geest van de nieuwe tijd vormgeven.
In een 'technish' Manifest uit 1910 werd (o.a.) gesteld:
  1. .. alle vormen van nabootsing moeten met verachting worden beschouwd en alle vormen van oorspronkelijkheid verheerlijkt.
  2. .. men zich moet verzetten tegen de tirannie van begrippen als 'harmonie' en 'goede smaak'.
  3. .. kunstkritieken zijn niet ter zake doende of nadelig.
  4. .. alle versleten onderwerpen moeten vervangen worden om de wervelwind van het moderne leven uit te drukken, een leven vol staal, koortsige energie, trots en snelheid.
Na de publicatie van het Futuristisch Manifest door Marinetti volgden nog meer dan dertig manifesten, waaronder het technisch manifest van de futuristische schilderkunst (Balla, Boccioni, Carrà, Russolo en Severini), een theatermanifest (Marinetti), een manifest over muziek (Pratella) en een over geluidkunst (Russolo).
 
Giacomo Balla -straatlantaarn 1909voorstelling
  • Nieuwe technologie werd het uitgangspunt in een studie van licht uit 1909, waarin Giacomo Balla een ode brengt aan de uitvinding van het elektrisch licht. Hij kiest in dit schilderij het stralende licht van een straatlantaarn als motief voor de voorstelling. 
  • De futuristen schilderden daarnaast (motor)fietsen, auto's en treinen, en rennende paarden of hondjes in beweging.
  • Zij toonden dynamische taferelen van het uitgaansleven in de moderne stad. Ze ageerden daarmee tegen de beklemmende mentaliteit van de ingeslapen burgermaatschappij. 
  • Ook brachten de futuristen oorlogstaferelen in beeld, van treinen vol soldaten, kanonnen en ruiters die met lansen bewapend ten strijde trekken. 
  • De weergave van pure beweging en geluid leidde tot abstracte composities.
vormgeving

De futuristen leenden de kubistische beeldtaal van gefragmenteerde vormen, op die manier kon men dynamiek uitbeelden. Het verschil met de kubisten is dat de futuristen de nadruk leggen op actie en beweging. Zij werkten niet -zoals veel kubisten- met een stabiel middelpunt in de compositie, maar brachten dynamiek in beeld met talloze (bewegelijke) lijnen en richtingen. 
Daarnaast ontleende het futurisme veel aan de kleurkracht van het expressionisme.

k e n m e r k e n   v a n   h e t   f u t u r i s m e
 
• beweging uitbeelden door herhaling, bewegelijke lijnen
• beweging uitbeelden door vervormingen en fragmentatie
• men was geïnspireerd door techniek, snelheid en geweld - invloed van technologie 
• geloof in de toekomst met techniek en machines
• Het futurisme wilde breken met de traditionele kunst
Giacomo Balla -abstracte snelheid en geluid 1913-1914
 
snelheid, beweging en tijd - het begrip simultaneïteit

Beweging werd uitgebeeld door ritmische herhalingen van vormen en lijnen. Het belangrijkste vernieuwende futuristische concept was de simultaneïteit, als uitdrukking van dynamiek (simultaan = gelijktijdig). Simultaneïteit wil zeggen dat er geen eenheid in tijd en ruimte bestaat. Zie het heden, verleden en toekomst tegelijkertijd, en voegen het hier en daarginds samen.
Zo schreef Marinetti toneelstukken waarin verschillende scènes zich gelijktijdig afspelen. In de schilderkunst nam dat de vorm aan van een cinematografische weergave van de werkelijkheid, men probeerde om opeenvolgende momenten gelijktijdig af te beelden.